Tussen vier muren

October 2, 2008

Vandaag zit ik binnen, de hele ochtend al. En dat terwijl het buiten best mooi weer is. Misschien dat ik later vanmiddag wel even naar buiten ga, even een rondje door het park. Alhoewel, het is erg druk nog. Al die moeders met hun kinderen, het geschreeuw, geren, geduw, getrek. Dat hoeft voor mij nu ook weer niet, dat heb ik al gehad, zowel met kinderen als kleinkinderen, toen mijn man nog leefde. Dan zit ik liever hier, achter dit raam, waardoor ik de hele straat kan overzien.

Kon overzien, beter gezegd. De planten op de vensterbank zijn inmiddels enigszins doorgeschoten. Mijn dochter zal ze vast wel willen snoeien. Of weghalen, ja, helemaal weghalen is een goed plan. En dan nieuwe planten, geen geraniums dit keer.

Eerst dan maar wat eten, het is al twaalf uur geweest, dus is het tijd voor de lunch. Naar de keuken. Dan moet ik mijn stoel uit, de kamer door, de drempel over, de gang in, lade open voor het mes, kastje open voor het brood. Ach, nu bedenk ik me, ik heb geen brood meer in huis. Dan maar een koekje, de rol moet hier ergens liggen. Dat scheelt me direct een stukje lopen.

Ik heb hem! Hij was van de tafel gegleden, en onder de ladekast gerold. Gelukkig kon ik er met mijn stok nog net bij. Wel wat stoffig nu, maar vieze varkens worden niet vet, zei mijn moeder altijd. Hoe lang had ik die koekjes liggen eigenlijk?

Opeens is het donker. Ik zal wel even in slaap gevallen zijn. Mijn stoel zit goed, dus dan heb je dat soms. Ik zal het eerlijk toegeven, ik heb dat zelfs erg regelmatig, bijna elke nacht slaap ik wel hier. De stoel slaapt beter dan mijn eigen bed. Daarbij moet mijn bed hoognodig verschoond worden, dus tot die tijd slaap ik liever hier.

Mijn dochter doet dat normaal altijd, een beetje opruimen, wat schoonmaken. Het is te laat om nog naar het park te gaan. Te laat om nog even te gaan douchen ook, of om mezelf te wassen. De buren zouden maar denken. Maar slapen lukt natuurlijk ook niet meer. En het licht aan? Dat trekt maar inbrekers, dan zien ze zo wat ik in huis heb!

Misschien ga ik morgen naar het park. Maar dan alleen als het stil is, als er verder niemand is. En als mijn dochter is langs geweest. Als het weer mooi genoeg is, ik niet te moe ben, er een nieuwe jurk klaarligt, ik een ijsje mag halen, mijn man met me mee kan. Morgen.